Utrecht

Dit is een van de verhalen die op mijn homepage (http:// topjaklont.student.utwente.nl/) staan. Het gaat over de vreselijke ervaring die ik eens gehad heb toen ik in Utrecht was om een cadeautje voor mijn moeder Tinelot te kopen. Op vrijdag 28 november 2003 was ik in Utrecht om een cadeatje te kopen. Tinelot (mijn moeder) had op haar verlanglijstje een wandelboekje van de Utrechtse Heuvelrug geschreven. Bij Broekhuis in Enschede hadden ze het niet. Bij Scheltema in Amsterdam hadden ze het ook niet. Wel wisten ze me te vertellen dat het 'misschien' bij Broese in Utrecht nog te koop was. Dus belde ik Broese op, en ja hoor. Het laatste exemplaar. Waarschijnlijk dus het het laatste exemplaar van heel Nederland. Gelukkig maar. Maar nu moet ik wel naar Utrecht...

Naar het station

Normaal reis ik vanuit Twente direct naar Duivendrecht, maar dit keer reed ik om en ging ik via Utrecht. Ik moest overstappen in Amersfoort. De trein waar ik op moest overstappen stond geheel aan het uiteinde van het perron. Het was dus een eind lopen. Ik had de trein aan zien komen en dus de richting die deze trein op ging daaruit geconcludeerd. Daar let ik altijd op. Ik heb een hekel aan achteruit rijden. De trein bleef nog lange tijd in Amersfoort staan. Het bleek dat er een andere trein aangekoppeld werd, zodat hij niet kort was of aan het uiterste van het perron stond. Hij vertrok 4 minuten te laat. Toen de trein uiteindelijk vertrok zat de trein bijna vol. Ik zat wel op een relatief lege plek, want het was het uiteinde van de trein. Ik ga altijd zoveel mogelijk aan het uiteinde van een trein zitten, omdat het daar leger is. Maar nu was het aan het uiteinde ook vol. Toen de trein vertrok, reed hij de verkeerde kant op. In plaats van vooruit, bleek dat ik alsnog achteruit reed. Dat vond ik erg vervelend, maar ik kon niet meer elders gaan zitten, want er was geen plaats. Bovendien wist ik niet hoe ver het was of hoe laat ik in Utrecht aan zou komen, waardoor ik geen rust kon vinden en al helemaal niet kon gaan zitten lezen. Ik was dan ook blij dat ik, aangekomen in Utrecht, eindelijk uit de trein kon vertrekken, in de veronderstelling dat het verder goed zou gaan.

Op het station

Maar op het perron was het, toen ik uitstapte, ineens extreem druk. Waar kwamen al die mensen ineens vandaan? Ik kon geen gewone trap vinden. Hierdoor was ik gedwongen de roltrap te nemen. Normaal is dat niet zo'n probleem, maar nu was er niet eens plek op de roltrap. Op iedere tree stonden twee mensen. Maar ik moest toch naar boven dus moest er ook bij gaan staan. Ik was geheel bekneld. Als de roltrap ineens zou stoppen omdat er brand zou uitbreken, zou ik ongetwijfeld onder te voet gelopen worden. Ik moest ineens denken aan de lift boven S.Carlo (Val Bavona), naar de Robiei. Daar stond ik ingeklemd tussen wel honderd mensen in een stampvolle lift. Dat had ik toen nog nooit meegemaakt. Dit was niet zo erg als die lift. Maar hier werd gerookt: zowel op de tree boven als op de tree onder me stond iemand te roken: hoe kunnen mensen zo asociaal zijn?! Ik heb gedurende de hele roltrap mijn neus dichtgehouden, anders zou ik bij wijze van spreken gestikt zijn.

Vervolgens kwam ik aan op het station, in de hal. Ook hier was het extreem druk. Daarom besloot ik zo snel mogelijk naar de uitgang te gaan. Ik weet hoe de borden die op stations naar de uitgang wijzen er normaliter uit zien. Er zullen wel meerdere uitgangen zijn, en dan weet ik niet welke ik moet hebben. Maar als ik eenmaal buiten ben kan ik waarschijnlijk ook wel omlopen. Maar toen ik op zoek ging naar de bordjes die naar de uitgang wezen, kon ik er niet één vinden. Blijkbaar zijn ze vergeten de uitgang aan te geven. Ik herinner me vaag welke kant ik op moet. Maar als ik die kant op loop, zie ik niets wat op een uitgang lijkt. Zo ver van de centrale hal kan de uitgang toch zeker niet zijn? Nee, hier is het niet. Hier is het een nog veel grotere hel. Het lijkt hier wel een soort winkelcentrum, of iets dergelijks. Dat lijkt wel direct aan het station gebouwd. Dat zou belachelijk zijn. Maar waar is nu de uitgang? Links zijn de bussen. Dat moet ik niet hebben, ik weet hoe het er daar uit ziet. Ik wil de hoofduitgang hebben. Op goed geluk loop ik een gang in waar veel mensen lopen. Daar zal toch wel een uitgang zijn? Er staat geen bordje. Dat zal wel een vergissing zijn. Maar naarmate ik verder de gang in loop, wordt de herrie en de drukte om me heen nog veel erger. Wat doen al die mensen hier toch? Is hier een evenement aan de gang ofzo? Maar dat is nog geen reden om de uitgangen van het station af te sluiten. Er zijn mensen die hier dagelijks reizen. Hoe doen die dat dan? Af en toe slaag ik er in om door de zeer dichte mensenmassa heen de rand van de gang te zien. Het is hier geloof ik een winkelcentrum. Zou dat de reden zijn dat alle mensen hier rondlopen? Het kan toch niet dat er mensen zijn die hier voor hun lol rondlopen? Die gedachte zet ik onmiddelijk opzij, dat is geen optie. Ik krijg eindelijk weer een beetje adem. Ik zie een trap die naar beneden gaat. Zou daar een uitgang zijn? Waarom staat die toch niet aangegeven? Willen ze niet dat ik het station verlaat? Zou het één grote commerciële truuk zijn? Beneden aangekomen zie ik inderdaad een uitgang. Ik weet me er doorheen te persen. Eindelijk! Frisse lucht! Maar het is hier nog steeds erg druk. Ik ren zo gauw mogelijk naar een plek waar de mensenflux wat kleiner is. Daar kom ik op adem. Wat is het station Utrecht voor belachelijk station? Waarom heeft het station geen uitgang? Er staat me vaag iets bij dat men in Utrecht het centrum wil gaan verbouwen. Zouden ze dan misschien een uitgang gaan bouwen van het station? Dat zou een hele verbetering zijn, op zijn zachtst gezegd.

Naar de winkel

Maar nu komt het volgende vreselijke probleem. Ik heb geen kaart. Ik weet dus niet waar ik ben. Zonder kaart ben je per definitie verdwaald. Ik zie een kaart staan bij de tramhalte. Er staat niet waar we zijn of welke kant we op kijken. Ik beredeneer dat ik linksaf moet. Mis, blijkt later. Er zijn hier veel te veel mensen. Zou er een evenement zijn? Waarom is het zo druk? Het is vrijdag, dat is toch geen drukke dag? Wat is er in vredesnaam aan de hand? Ik herinner me dat Broese in de buurt van de Domtoren is. Dat heb ik vanmorgen opgezocht op hun website. De Domtoren staat op de kaart. Ik moet langs die blauwe sliert. Dat zal wel water zijn. Wanneer ik rechtsaf sla zie ik op den duur inderdaad het water. Ik loop erlangs en zie na een tijdje de Domtoren. Er vlakbij zie ik Broese. Hèhè. Ik realiseer me nog niet dat de volgende etappe van de helletocht daarbinnen is.

In de winkel

Binnengekomen duurt het even voor ik door heb dat ik inderdaad in een boekwinkel sta, zo vol is het. Ik ben meestal gewend dat een plek met veel boeken niet druk is: de bibliotheek, en zeker de universiteitsbibliotheek, is altijd een oase van rust. Hier kun je je kont niet keren, en het is een pokke-herrie. Na een minuut ontdek ik dat links mensen in de rij staan. Door de telefoon is me verteld dat ik bij de centrale afhaalbalie mijn boek moet afhalen. Dat zal ik dan maar doen. Er staan ongeveer 70 mensen in de rij. Gelukkig zijn er 7 kassa's open. Dat betekent dat er zo'n 10 wachtenden voor me staan. Ik denk dat dit de beste kassa is. Ik moet erg lang wachten. De persoon die voorin de rij staat en dus nu aan de beurt is is erg lang bezig. Nu kan ik uiteraard niet meer switchen, dat zou heel stom zijn. Ik heb de verkeerde rij gekozen, of, in ieder geval, de rij rechts van me is beter. Er lopen voortdurend mensen heen en weer. Zouden ze niet beter het supermarkt-model kunnen toepassen, waarin je door de kassa loopt, in plaats van heen en weer? Hierdoor botsen mensen vaak tegen me op. Uiteindelijk ben ik aan de beurt. Ik zeg dat ik een boek besteld heb. Het is zoals ik vreesde. Ik ben verkeerd. Ik moet beneden zijn. Ik ga naar beneden. Daar is het rustig. Er staat geen rij voor de afhaalbalie. Ik haal mijn boek af. Gelukkig kan ik daar betalen. Ik heb het boek binnen. Hè hè. Snel verlaat ik weer de winkel. Het is hier heet en druk, ik kan niet meer. Dit is dodelijk vermoeiend. Even later sta ik buiten.

Terugreis

Ik loop terug naar het station. Ik weet niet waar de ingang is. Er is geen ingang. Ik besluit om om het station heen te lopen en het busstation op te klimmen. Waarschijnlijk is deze route illegaal. Zelfs dat kan me op dit moment weinig schelen. Ik wil naar huis en me niet weer door een mensenmassa wringen die qua weerstand meer aan een vaste stof dan aan een vloeistof, laat staan een gas, doet denken. Op het station zie ik dat er net een trein vertrekt naar Duivendrecht. Ik spring er in. Het is een vergissing. Het is bom- en bomvol. Er is geen zitplaats. Ook niet in de eerste klas. Ik besluit om in een bagage-coupé op mijn rugzak te gaan zitten. Na een kwartier ben ik eindelijk in Duivendrecht. Maar het kopen van het boek is tenminste gelukt.